Reglement geschillencommissie Relatiebemiddeling

Versie 1 juni 2014


Artikel 1 – begripsomschrijving

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • Branchevereniging / BVSK: de Branchevereniging Singles Keurmerk (BVSK);
  • Cliënt: de natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf;
  • Commissie: de Geschillencommissie Relatiebemiddeling;
  • Dienst: dienstverlening bij relatievorming gericht op het duurzaam samenbrengen van alleenstaanden;
  • Klager: de Cliënt die een klacht heeft over de dienstverlening van de Ondernemer;
  • Ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig relatiebemiddeling uitoefent en die zich bij de Branchevereniging Singles Keurmerk heeft aangesloten;
  • Voorwaarden: Algemene Voorwaarden Branchevereniging Singles Keurmerk.

Artikel 2 - Samenstelling commissie

  1. De Commissie bestaat uit door het bestuur van BVSK benoemde onafhankelijke personen: een voorzitter en tenminste twee leden. De voorzitter dient universitair afgestudeerd jurist te zijn.
  2. Het secretariaat van de Commissie wordt verzorgd door de BVSK.

Artikel 3 - Taak

  1. De Commissie heeft tot taak geschillen tussen een Cliënt en een Ondernemer te beslechten, voor zover deze zien op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot door de Ondernemer te leveren of geleverde diensten.
  2. Zij doet dit door ter zake een bindend advies uit te brengen of met behulp van mediation een schikking tussen partijen te bevorderen.

Artikel 4 - Vormvereiste klachtenprocedure

  1. Het geschil dient schriftelijk aan de Commissie te worden voorgelegd.

Artikel 5 - Klachtengeld

  1. Indien een geschil aanhangig wordt gemaakt, ontvangt zowel de Cliënt als de Ondernemer en de BVSK een factuur ter hoogte van 121,00 euro incl. BTW (klachtengeld).
  2. De Commissie neemt de klacht pas in behandeling nadat alle partijen de factuur van de Commissie hebben voldaan.
  3. Niet (tijdige) betaling van het klachtengeld door de Cliënt heeft tot gevolg dat de Commissie de klacht van de Klager niet-ontvankelijk verklaart. De klacht zal niet in behandeling worden genomen. Indien de Ondernemer de niet (tijdig) betalende partij is, zal de klacht van Klager gegrond worden verklaard. Tevens zal de Ondernemer worden uitgesloten van lidmaatschap van de BVSK en de bevoegdheid verliezen het Singles Keurmerk vanaf datum verzuim aan haar naam te verbinden.

Artikel 6 - Bevoegdheid | Ontvankelijkheid

  1. Een geschil wordt door de Commissie in behandeling genomen nadat de Klager zijn klacht eerst schriftelijk aan de andere partij heeft voorgelegd en aantoonbaar heeft getracht in onderling overleg tot een oplossing van het geschil te komen. Aan de niet-klagende partij dient een redelijke termijn van tenminste een maand te worden geboden om een schikkingsvoorstel aan de Klager te doen.
  2. De klacht dient uiterlijk binnen zes maanden na beëindiging van de Overeenkomst schriftelijk bij de Commissie te zijn ingediend. Daarna zal de Klager niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn klacht.
  3. De Commissie kan na overschrijding van deze termijn besluiten het geschil toch in behandeling te nemen, als de Klager ten aanzien van de vertraging naar het oordeel van de Commissie redelijkerwijs geen verwijt treft.
  4. De Commissie is slechts bevoegd een door een Ondernemer aangebracht geschil in behandeling te nemen, als de Cliënt schriftelijk heeft verklaard zich aan de uitspraak van de Commissie te conformeren dan wel heeft bevestigd vrijwillig aan mediation te willen meewerken en het klachtengeld ingevolge artikel 5.1 heeft voldaan.
  5. De Commissie is niet bevoegd een door de Cliënt aangemeld geschil te behandelen:
    1. als de Cliënt nog niet heeft betaald wat hij ingevolge de overeenkomst en bijbehorende voorwaarden aan de Ondernemer verschuldigd is voor reeds verrichte of nog te verrichten dienstverlening, voor zover dat verschuldigde opeisbaar is geworden; als de Cliënt wat hij ingevolge de overeenkomst en bijbehorende voorwaarden aan de Ondernemer betaalde, heeft terugontvangen van de Ondernemer, tenzij cliënt klaagt dat de ondernemer ernstig laakbaar gehandeld heeft;
    2. voor zover de klacht betrekking heeft op (schade als gevolg van) dood, ziekte of lichamelijk letsel;
    3. voor zover de klacht betrekking heeft op financiële schade, ontstaan als gevolg van een door de Ondernemer voorgestelde contactmogelijkheid. ;
    4. als het een geschil betreft over niet-betaling van een factuur en daaraan geen inhoudelijke klacht ten grondslag ligt;
    5. als het een geschil betreft waarover een partij bij de rechter reeds een procedure aanhangig heeft gemaakt.

Artikel 7 - Geheimhouding

De leden van de Commissie zijn tot geheimhouding verplicht ten aanzien van alle gegevens die hen in verband met de behandeling van het geschil ter kennis komen.

Artikel 8 - Wraking en verschoning

  1. Iedere partij kan een Commissielid wraken op grond van feiten of omstandigheden die het vormen van een onpartijdig oordeel over het geschil zouden kunnen bemoeilijken. De overige leden van de commissie beslissen of de wraking terecht is.
  2. Op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid kan een Commissielid zich zonder opgave van reden terzake een geschil verschonen. Hij is verplicht dit te doen, als de beide overige leden van de Commissie van oordeel zijn dat de bedoelde feiten of omstandigheden zich te zijnen aanzien voordoen.
  3. Na verschoning of terechte wraking benoemt het bestuur van BVSK in plaats van het desbetreffende lid een ander lid.
  4. De beslissing en eventuele benoeming van een ander lid wordt aan de Cliënt en de Ondernemer medegedeeld.

Artikel 9 - Mediation of bindind advies

  1. De Klager dient bij het aanhangig maken van het geschil aan te geven of hij openstaat voor Mediation door de Commissie.
  2. Indien de Klager bereid is het geschil via mediation op te lossen, zal de Geschillen de andere partij verzoeken om deelname. Mediation kan slechts op basis van vrijwilligheid van beide partijen plaatsvinden. Maakt een van de partijen bezwaar tegen mediation, dan zal de Commissie een bindend advies geven.
  3. Mediation vindt plaats in aanwezigheid van een van de Commissieleden op een in overleg met partijen vast te stellen datum en op een door de Commissie nader te bepalen locatie. Het bemiddelingsgesprek duurt maximaal 1,5 uur. Daarin wordt getracht een voor beide partijen aanvaardbare oplossing voor het geschil te vinden.
  4. De uitkomst van een geslaagde mediation wordt vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Indien partijen er niet in slagen tijdens het mediationgesprek een minnelijke regeling te treffen, eindigt daarmee de procedure bij de Commissie. Een niet-succesvolle mediation leidt niet alsnog tot een bindend advies van de Commissie; het is een afzonderlijke procedure. Na een niet-succesvolle mediation heeft de Klager het recht om de zaak aan de bevoegde rechtbank voor te leggen.
  5. In het geval geen mediation plaatsvindt, handelt de Commissie het geschil in beginsel schriftelijk af. Bijzondere omstandigheden kunnen de Commissie doen besluiten een mondelinge behandeling te houden in aanwezigheid van beide partijen, maar een zitting is geen standaard onderdeel van de geschillenprocedure. Partijen kunnen geen afdwingbaar beroep doen op een mondelinge behandeling van de ingediende klacht; die beslissing staat ter beoordeling van de Commissie.
  6. De Commissie stelt de Klager in kennis van het in behandeling nemen van de klacht, waarna de aangeklaagde partij in de gelegenheid wordt gesteld daarop binnen vier weken schriftelijk verweer te voeren.
  7. Na ontvangst van het verweerschrift zendt de commissie afschrift daarvan aan klager en bepaalt zij al dan niet tegelijkertijd de vervolgprocedure.
  8. Als het verweer een tegenvordering bevat, wordt de Klager in de gelegenheid gesteld binnen vier weken schriftelijk op die tegenvordering te reageren.
  9. Een tegenvordering die niet uiterlijk bij het eerste verweer is geformuleerd, kan daarna niet meer in dezelfde procedure worden ingesteld, tenzij dit naar het oordeel van de Commissie onredelijk zou zijn.
  10. De Commissie kan naar aanleiding van de gewisselde stukken besluiten tot een extra schriftelijke ronde. Zij is tevens bevoegd, onder het stellen van een termijn, van iedere partij te verlangen dat hij schriftelijk of mondeling nadere inlichtingen verschaft, of bepaalde stukken overlegt.
  11. De Commissie kan, als zij dat noodzakelijk acht, zelf inlichtingen inwinnen door middel van het horen van getuigen. De commissie geeft daarvan voorafgaand kennis aan partijen. Partijen kunnen bij het horen van getuigen desgewenst aanwezig zijn indien de Commissie besluit de getuigen mondeling te horen. De Commissie verstrekt een afschrift van het verslag van getuigenverhoor aan partijen, die daarop binnen vier weken schriftelijk bij de Commissie kunnen reageren.
  12. Partijen hebben het recht zich bij de behandeling te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Daaraan verbonden kosten dient elke partij zelf te dragen, onafhankelijk van de beslissing van de Commissie. Een vergoeding van kosten rechtsbijstand is geen onderdeel van een eventuele proceskostenveroordeling ten laste van de in het ongelijk gestelde partij.

Artikel 10 - Staking behandeling

  1. Als tijdens de behandeling blijkt dat het geschil ofwel niet door de juiste partij of niet jegens de juiste partij aanhangig is gemaakt, verklaart de commissie de Klager niet ontvankelijk en bepaalt zij tevens een termijn, waarbinnen het geschil door of jegens de juiste partij opnieuw aanhangig kan worden gemaakt, zonderklachtengeld is verschuldigd.
  2. De Commissie kan besluiten de behandeling van een geschil niet voort te zetten, wanneer zij van oordeel is dat een deskundigenonderzoek nodig is en een partij het onderzoek weigert of een onderzoek naar het oordeel van de Commissie anderszins onmogelijk is of niet in verhouding staat tot de (financiële) belangen van partijen.

Artikel 11 - Uitspraak

  1. De Commissie beslist naar Nederlands recht.
  2. Het bindend advies dan wel de uitkomst van een Mediationgesprek wordt door (de voorzitter van) de Commissie ondertekend en schriftelijk aan partijen bevestigd.
  3. De Commissie beslist over haar bevoegdheid, de ontvankelijkheid van partijen en het geheel of gedeeltelijk (on)gegrond zijn van de klacht.
  4. De Commissie kan voorts de volgende beslissingen nemen:
    1. de Overeenkomst ontbonden te verklaren;
    2. een door één partij aan de andere partij te betalen (schade)vergoeding vaststellen;
    3. een betalingsverplichting vaststellen, waaronder vergoeding van het klachtengeld aan de (meest) in het gelijk gestelde partij;
    4. aan de Ondernemer en/of aan de Cliënt nakoming van de overeenkomst opleggen;
    5. het bestuur van BVSK informeren in geval de Commissie van oordeel is dat de Ondernemer laakbaar heeft gehandeld,
    6. alsmede iedere andere beslissing nemen, die zij redelijk en billijk acht ter beëindiging van het geschil.
  5. Bij de vaststelling van een schadevergoeding wordt alleen rekening gehouden met materiële schade. De schadevergoeding wordt nimmer hoger vastgesteld dan het bedrag dat de Cliënt aan de Ondernemer op grond van de Overeenkomst verschuldigd was.
  6. De partij die in het ongelijk wordt gesteld, zal in principe het door de andere partij betaalde klachtengeld moeten terugbetalen aan de in het gelijk gestelde partij. De Commissie kan echter uit de omstandigheden van het geval de conclusie trekken dat partijen ieder hun eigen klachtengeld dienen te betalen.
  7. Indien de Commissie de klacht van de Cliënt ongegrond acht, omdat de Ondernemer voordat de Commissie werd ingeschakeld aan cliënt een oplossing heeft voorgesteld die de Commissie passend acht, heeft zij niettemin de bevoegdheid deze oplossing bindend aan de Ondernemer op te leggen.
  8. Tegen de uitspraak van de Commissie kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Artikel 12 - Kennelijke verschrijving

  1. De (voorzitter van de) Commissie kan uit eigen beweging of op een binnen vier weken na de verzending van het bindend advies door een par- tij schriftelijk gedaan verzoek een kennelijke reken- of schrijffout of andere kennelijke vergissing herstellen.
  2. Als een partij een kopie van bedoeld verzoek naar de wederpartij heeft verstuurd, schort dit de mogelijkheid van tenuitvoerlegging van het bindend advies op, totdat op het verzoek tot herstel van een kennelijke fout is beslist.
  3. De Commissie stelt de wederpartij gedurende vier weken in de gelegenheid om op het verzoek te reageren en beslist daarna.
  4. Herstel geschiedt middels toezending van het gecorrigeerde bindend advies aan partijen.
  5. Voor het overige kan over de uitspraak niet gecorrespondeerd worden.

Artikel 13 - Aansprakelijkheid Commissie

  1. De Commissie noch de individuele leden zullen (privé en/of hoofdelijk) aansprakelijk kunnen worden gehouden voor (een tekortkoming ten aanzien van) de inhoud van het gegeven bindend advies en/of de gevolgen daarvan. Aansprakelijkheid voor indirecte schade en/of gevolgschade is te allen tijde uitgesloten.

Geschillencommissie Relatiebemiddeling